woensdag 25 maart 2015

Pak me dan, als je kan.

Ik open de deur van het balkon. De zon schijnt op mijn gezicht en licht de donkere kamer op. Ik hoor de geluiden van de stad, brommende motortaxi's, getoeter, draaiende motors van taxi's en auto's, fluitende vogeltjes en van de skytrain die voorbij komt gereden. Ik lach. Dit heb ik gemist. Ik neem een korte douche, draai de kraan snel weer op koud, want na vier weken koud douchen voelt het warme water bijna smerig. Ik kleed me aan en pik een chocolaatje uit de koelkast. Eenmaal buiten zoekt mijn oog naar oranje, de kleur van de vestjes van de motortaxi-mannetjes. Ik vertel hem dat ik naar Lumphini MRT wil. Ik krijg een helm en spring achterop. Heel even hou ik mijn adem in, in de hoop dat ik nog levend aankom. We zigzaggen door de auto's en taxi's. Mijn grote glimlach van oor tot oor wordt opgemerkt door andere mensen die vrolijk naar me teruglachen. De stad is druk, misschien wel te druk voor de meeste mensen, maar ik, achter op de scooter, voel me als water dat overal heel gemakkelijk doorheen stroomt. Bangkok, jij krijgt mij niet te pakken, ik heb jou al gepakt. Ik kan je aan, en je zal smeken om genade.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten