dinsdag 27 januari 2015

Kleine dingetjes

Soms zeggen mensen tegen me: ''Oh dan zal je Nederland toch wel heel erg gaan missen.''
Naast mijn familie en vrienden zijn het eigenlijk maar kleine, dagelijkse dingetjes die ik zal gaan missen: water uit de kraan drinken, warme douches, chocolade, knuffelen met warme kleren die net uit de droger komen, een warm bad met kaarsjes op een hele koude winterdag en de lange zomerdagen. Tot zo ver kan ik op dit moment komen. Ik hou van Nederland hoor, alleen ik hecht me nooit zoveel aan dingen. Kaas, brood, hagelslag, heel lekker allemaal, maar ik kan prima zonder. Eerlijk gezegd eet ik soms liever rijst in de ochtend. Stamppot? Dat had van mij niet eens hoeven bestaan. Ik vind het niet vies hoor, integendeel, het is alleen zo saai. 

donderdag 8 januari 2015

356 dagen geleden

Daar stond ik dan. Met mijn rugzak vol spullen, maar vooral met vele herinneringen en vele ervaringen op Suvarnabhumi Airport in Bangkok. Precies een jaar geleden. Klaar, maar ook niet klaar om terug te gaan naar Nederland. Mijn collega’s van mijn stage kwamen me uitzwaaien en ik kreeg een mooie Thaise bloemenkrans van ze. Wat gek dat ik deze mensen, met wie ik bijna een half jaar lang elke dag aan een lang bureau zat om mooie grafische ontwerpen te maken, en met wie ik door Japan heb gereisd straks niet meer zou zien. Niet alleen mijn collega's, maar ook Noyna, met wie ik heel close ben geworden. 
Noyna en ik op Koh Larn
Bloemenkrans en mango sticky rice
De eerste vlucht zat er een meisje van een jaar of 9 achter me, ze begon te zingen. Heel zachtjes, fluisterend en breekbaar, ik kreeg er kippenvel van toen ik mijn ogen dicht deed. Robert, die naast me zat was ook niet echt aanspreekbaar, hij vond het hele idee van ons naar huis gaan ook maar erg ongeloofwaardig. De tweede vlucht was een horrorvlucht te noemen, ik had een voedselvergiftiging, ik heb me geloof ik nog nooit zo beroerd gevoeld, ik was kapot van vermoeidheid omdat ik niet kon slapen in het vliegtuig, ik liet een heel groot avontuur achter me, ik was blij dat ik weer naar huis ging en straks mijn familie weer kon zien, ik moest om het half uur overgeven op een vliegtuig-wc, een mini jetlag van Japan kwam daar ook nog bovenop. Ik was gebroken. En toen ik eenmaal aan kwam in Düsseldorf kon ik alleen maar huilen, huilen dat die beroerde rotvlucht, die nachtmerrie, dat die over was. Mama zei: ‘’Ach! Meissie! Is het zo erg?!’’ toen ze me zag, met het idee dat ik om hen moest huilen. “Nee, ik ben ziek…’’ en daar barstte ik weer verder in tranen uit. Dit was toch niet helemaal de thuiskomst zoals dat ik hem had verwacht. Volgens mij heb ik nog nooit zo’n medelijden met mezelf gehad.

De eerste paar maanden thuis waren raar. Gek. Eng. Je bent gewend dat er na elk schooljaar er weer een jaar school komt. Onbezorgde basisschool, middelbare school, dan kies je voor een studie, die overgangen zijn ook altijd spannend, maar wat als ik ben afgestudeerd? Wat wil ik dan? Het was een groot zwart gat. Wat ga ik doen? Wat wil ik? Studeren? Werken? Reizen? Maar wat dan? En waar? En hoe? Ik had geen vriendje meer, ik heb geen huis, geen auto, niks wat vast stond. Ik vond 30 januari een lijstje: Spaans leren, keramiek leren/studeren, grafisch ontwerp, grafisch ontwerp in Bangkok, eigen winkeltje, kettinkjes ontwerpen, TEFL-cursus (Engels lesgeven), iets anders in het buitenland. Ik ging voor de TEFL-cursus, daar zou ik het meest mee bereiken en bijna overal in het buitenland terecht kunnen. Daarbij zou het ook nog eens heel mooi op mijn cv staan. Hoe zeker ik weet dat ik dit ga doen? Meer dan 100%, ik heb hier drie prachtige grafische bedrijven afgeslagen, een skype-sollicitatie voor een functie in Praag afgezegd, en meer dan tien dagen soul-destroying en mind-sucking werk gedaan, waar ik al boos om wordt als ik er aan denk. 

Maandag heb ik samen met mijn jongste broertje Thaise curry gemaakt, dat moet hij natuurlijk wel kunnen als ik er niet meer ben. Pa en ma zeiden pas nog tegen me: ‘We zijn wel benieuwd of voor jou de prins op het witte paard daar nog over het strand heen komt galopperen’. Ik: ‘De prins op de olifant hoop ik!’

Natuurlijk hebben we ook nog een paar gekke nieuwjaarskiekjes van voorlopig mijn laatste oud en nieuw hier:

Heel januari zit al helemaal stampvol voor mij en als dan eenmaal februari aanbreekt… Dan is het menens!